MARIETJE. 129
maand. Ze zou er met moeder over spreken. Alleen durfde ze het niet aan. Maar moeder vond het prachtig. Veertig gulden per maand! Ze had maar de helft verdiend als figurante.
— Maar de Nes....
— Nou wat zou dat? Of je nou op ’t tooneel staat of zit hè? Wil jij liever slenteren langs de straat hè?
— Nee....
— Wat dan! Wat dan!
— Zouen we liever nog niet wat....
— Ik zeg, dat je ’t aanneemt!
— Als ’t afgelooperi is om één uur, moet ik in de sociëteit blijven.
— Staat dat in je kontrak?
— Ja, anders betaalt ie niet.
— Nou dan blijf je in de sozieteit. Je zei d’r niet van dood gaan, zeg!.... Toen ik jouw leeftijd had, had ik je vader al an de hand.... Ik werk al zeventien jaar voor je, madam!.. .. Werk jij nou ?s voor mijn, hoor!
— Dus doen?
— Of we ’t doen zeilen? Veertig gulden in de maand. Wel waarachtig!
Zoo werd ze zangeres in de Nes. Toen ze den eersten avond opkwam in kort zijden kleedje, zong ze een oud liedje. Ze zong er naast. Ze kon niet zingen, omdat ze geen gehoor had. Maar de vriendinnen in de zaal en de andere chanteuses klapten en zorgden voor een bis-couplet. Den tweeden avond ging het al beter. Alleen de vriendinnen bleven weg. Want met een chanteuse uit de Nes kun je voor je fatsoen niet omgaan.
Ik herinner me best den eersten avond. Verlegen en stijf met de plompe onbewegelijkheid van Hol-landsche meisjes uit het volk, stond ze voor het
Schetsen Falkland. III. 9