DON LEANDRO FERNANDEZ DE MORESCO. 133
Jüan, bediende bij Don H i p o 1 i t o, den buurman van de overzij,
D i e g o, een straatmuzikant.
Pero, kamerdienaar van Don Diego de
Valencia.
Gomez, „ * Don Alfonso de
la Mo n ia. Luis, „ „ Donjuan.
Sanchez, „ „ Donjuande
Valladolid.
Pandora, een herderin.
Libia, een verlaten wees.
Voorts edellieden, schildknapen, soldeniers, landlieden, kudden schapen enz.
INTERMEZZO,
dienend om den Auteur even te doen ademhappen en om hem gelegenheid te geven het dramatisch personeel, waarvan niet ééntje gemist kan worden
— hoe zou de tragedie anders goedgebouwd kunnen zijn? — te overzien. Inderdaad men gevoelt deernis met andere stukken, als men eene zoo glanzende naam-collectie overstaart. Het oog wil ook wat hebben. En voor het oor zijn mijn zoo welluidende namen Don Diego, Don Manuel Pedro, Alvar Garcia etc. etc. eene ware verlustiging,
EERSTE BEDRIJF.
In dit eerste bedrijf komt Don Leandro Fernandez de Moresco, geboren den i3den November 1207
— let op het ongelukscijfer! — na de Moren bevochten te hebben met zijn broeder Gonzalo Martinez de Moresco, die gedood werden met zijn stiefneef Gomes Perez op zijn kasteel in de buurt van Sevilla terug. Met zijn aanstaande zwagers (immers getrouwd is hij nog niet), Don Diego de Valancia, Don Alfonso