126 KRUGER HELPT BEGRAVEN.
mee tegen de Engelschen had gevochten, ziek na ’t dorp was gekomme....
Helder klonk de stem van dominee — ze luisterden niet.
De woorden resoneerden tusschen de kerkhofmuren, tusschen de hooge duingolvingen, tusschen de zuilen en zerken die in ’t nu breeduit plassend voorjaarszonnetje leien te warmen —ze luisterden niet.
Bóven ’t graf, óver den kerkhofmuur zagen ze Kruger die V wezen most
Op de duin-stij gingen zagen ze Kruger die over-gekomme was.
In de voorjaarslucht, de teere, blauwe strakgespannen lncht met ’r verwaaide melkvlokjes zagen ze Kruger die zou helpen begraven, den gebogen Kruger, den óüwen Kruger, den Kruger van volkskranten en plaatjes.
Terwijl dominee sprak, de groene duinen koepel-den, de helmen wiegend rythmeerden op ’t maat-slaan van wind, de boomkoppen langs den weg met ruige monden te ademen stonden en ’n vogel hóóg-boven in de blauw-glinstering joelde en floot — bleven ze vól van de vage, erg onrustige teleurstelling van Kruger dien ze zagen, óveral zagen — die er niet was.