210
„Twee en twintig gulden, twee en zestig cent” .. . „Watte?"
„Zes woorden, elk van drie gulden zeven en zeventig cent.” ...
„’t Is godbeterme ’n geld! Had je dan zes woorden noodig?”
„Natuurlijk . . . Wolters — Indisch — ambtenaar — Semarang —ja — Jo.”
„Ha-je dan Indisch niet weg kenne laten, stommert? Affijn. Laat ik je een zoen geven om je te felisisteeren.