STOORNIS IN DE ATMOSFEER. 83
land en de Zwarte Zee, over Perzië, Hindoestan en de baai van Bengalen naar onze Oost. Wat? Subliem! Ja daar trek jij nou malle gezichten bij! Haha! Zoo zeker as tweemaal twee vier krijgen we naast een spoorbrigade — wat ’n fameuze kerel, die Kuyper! — tientallen regimenten Vliegende kolonialen. Dan is ’tuit in Atjeh, radikaal uit. Laten de vlerken maar in de bergen vluchten — wij vliegen boven de bergen en tracteeren ze op dynamiet-bommen! Omgekeerd: reken is an, denk is na, nee val me nou niet in de rede — omgekeerd, as de Duitschers voor de waterlinie liggen, zenden we op ons dooie gemak ’n draadloos telegram na Batavia en eer ze dr op verdacht zijn, rukken onze Indische regimenten aan, door de lucht, in gesloten gelederen — door de lucht — door de goddelijke lucht.”.. ..
Z’n zienende oogen staarden in ’t electrisch licht, z’n wangen plooiden zacht van glimlach.
„Pa,” zeide Amèlie bescheiden: „maar als de Atjehers en de Duitschers tegen dien tijd ook vliegen — wat dan?”
„Dan”, zei Pieter Zwaluw; „dan krijg je in de wolken véld — nee, véld kun je dan niet meer zeggen — dan krijg je wölkslagen — zooals in de oude tijden man tegen min — de zware kanonnen moeten ze benejen laten en met ’n geweer doe