176 TIENDE KAPITTEL.
er geen vérdere kosten gemaakt waren om voor heuschelijk water in de linie te zorgen!) verschimde tot een vogelverschrikkend onding.
Een ooievaar zou er vroeger niet voor teruggedeinsd zijn — een vliegend eskader gierlachte er om.
En het vestingstelsel!
Waarlijk ook in dit opzicht bofte het Land.
De prijzenswaardige Voorzichtigheid om langzaam te voltooien en het geschut geleidelijk te verplaatsen naarmate de forten verzakten, behoedde de burgerij voor nieuwe uitgaven.
Vestingen, pantserschepen, snelvuurgeschut waren plots zoo verouderd als harnassen en maliënkolders.
Een 30 c.M. kanon loodrecht te richten, het eischte meer van de gevaarten dan de platteland-dronken Kruppsche ingenieurs er mee bedoeld hadden. En zeer terecht groeiden eraesthetische bezwaren tegen een slagveld, dat met z’n staande kanonnen in dubbelen zin op een kerkhof met buitenissige zerken geleek.
De Generale staf hijgde voor een bèrg hindernissen en gevaren. Had men tot heden voor naburen, met wie direct gerekend moest worden, twee of drie mogendheden geteld — heden, o nachtmerrie, begon een lucht-oorlog met Zwitserland of Abessynië tot de érnstige mogelijkheden te behooren.