HOLLAND IN DE WOLKEN EN ZEGEPRAAL. 175
Er werd zeldzaam veel gevloekt (in de hemel-lagen) in die eerste, éérste bevleugelde tijden.
Gevloekt óók beneden in de rustige straten, waar eindjes sigaar, verbruikte pruimen, kousenbanden, haarpennen en verbruikte zolen uit de Mysterie nedertuimelden.
De vogels sliepen ’s nachts in de boomen — boemelende nachtpitten peddelden tot de ochtendschemering, helaas.
Want het gebeurde toen dikwijls, dat de Dageraad bewusteloozen en dooden in de telephoonnetwerken aanschouwde.
Had de politie eene bezwaarlijke taak — bedenkt u eens hoe schromelijk de aanwas van inbrekers, in-sluipers, in-vliegers werd! — de generale staf scheen een oogenblik met lamheid geslagen.
De verdediging des Vaderlands geraakte van haar stabiele basis.
De plek waar eens de wieg op stond, kon geen üür langer aan stompzinnig-1 o o p e n d e soldaten blijven toevertrouwd.
De geheele schoone traditie van rotten-links en rotten-rechts, stormloop, zwenken, defileeren,tirail-leurslinie, sectie, compagnie enz. lei in de m o d d e r.
De uitnemende hollandsche Waterlinie, met of zonder water (welk een gelukkig toeval dat