Kleine verschrikkingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Kleine verschrikkingen

Jaar
1904

Pagina's
245



DE TWEEDE KLEINE VERSCHRIKKING.    159

zoo’n bleek nést en ’n lang, schreeuwrig gekijf, en nog eens gescheld en verwijting wat ze van mekaar wisten, wat dié vertelde,dié zee... Het eind was dat Knier in het varkenshok blééf en de biggen ’n kamertje naast-an betrokken als in ’n hotel... Nummer één ... Nummer twéé. .. De biggen kregen hooi en stroo, tante Knier ’n roestig kacheltje dat niet meer gebruikt werd, ’n stukkend rooster had. Het werd 'n lange harde winter. Het behangsel van kranten was lang stukgebarsten door de werking van het hout. Overal waren diepe naden gekomen. Klaasje had er een uur aan besteed de voegen te dichten met stroo, maar de biggen naast-an wroetten het weg en de deksel-deur was niet sluitend te krijgen. Zoo ging de winter voorbij in koude en eenzaamheid. Er waren dagen dat Sien vergat het eten te brengen, want Klaasje lee ziek en zij had geen zin. Eens leefde de ouwe vrouw drie dagen van ’n korst brood, die ze bewaard had en den derden dag kreeg ze weer wèrm eten — aardapplen met vet — omdat Engel naar de biggen kwam kijken en toen vanzelf naast-an ’n visite maakte. Er waren ook dagen dat ze geen brand had, in bed bleef en sliep .. . sliep ... sliep ... sliep . . ., met de biggen praatte, die dikker, vetter werden en met de ruige snoeten bij ’r bed konden komen —

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.