LATE HERFST. 215
antwoord op al m’n vragen, verzuurt me elk oogen-blik. ’n Huwelijk zónder kind is geen huwelijk — en ’n kind van drie, als je zeventig ben, de inkomsten met je gezondheid ophouen, is ’n geweten dat je niet met rust laat"____
„Als iedereen zoo’n zuiver geweten als ü had/ troostte ik.
„Nee, nee, dat weet ik ’t best/ zei hij beslist: „bij de vroolijkheid van Sjelje voel ik me niet goed — lange na niet goed/
Geen woord heb ’k met z’n vrouw over z’n triestige uitlating gesproken. Maar telkens als ’k ’m met ’t kind aan de hand zag wandelen — ’n in zichzelf gekeerd grijsaard — *n knulletje van enkel levenslust — samen in de weelderige laan van groene olmen en groene populieren — werd ’k angstig-stfl. Toch is-ie drie en tachtig geworden, helder van hoofd tot ’t eind" ....