HE T TE S TA MENT. 161
Teun (schreeuwend). Je schrijft r geen woord van op!
Jaap (in de bedstee). O wat ’n slechte kinderen! O! O!
Kees (kwaadaardig). D’r uit, uit de bedstee! D’r uit!
Teun. Trek ’m ’r bij z’n pooten uit?
Klaar. Oplichter!
Griet (de dekens uit de bedstee trekkend). D’r uit dief! D’r uit!
Notaris (driftig). Dat gaat de perken te buiten. ’k Zal verbaal opmaken van jullie houding.
Teun (schreeuwend). Wat verbaal! ’t Is me broer Jaap zélf die in de bedstee leit!
Notaris (het licht bi/houdend). Ben jij ’t Jaap?
Jaap. Verrajers!
Notaris. En waar is de boer ?
Kees (heftig de andere bedsteedeuren openrukkend, dat het gelaat van den doode te zien komt). Hier leit-ie!
Notaris (licht het gelaat bij’ De doode ligt mei open mond en open oogen). Boer Bas! Boer Bas! (geen geluid).
Het doek zakt.
Schetsen Falkland. IV.
u