104 CHARMANTE DOKTER.
voorstellingen van reizende gezelschappen in de „stad”).
„Hè, wat ’n gezellige prater,” zei mijn vrouw: ,/k Wou dat-ie eiken dag over den vloer kwam.”
„Liever niet, meende ik eenigszins vermoeid van zóóveel politiek, literatuur, gebeurtenissen, kunst-in-eens. Je kunt die dingen alleen met mate verdragen.
De charmante dokter had z’n eerste keurig pillen-fleschje voorgeschreven, ’s Avonds bracht de vrachtrijder ’t mee. Staalpilletjes. Heel gewone staalpil-letjes — maar in ’n fleschje om te zoenen. Na een paar dagen was m’n vrouw heelemaal beter. Deeën ’t de pillen? Mogelijk. Ik denk dat ze wat meer gewandeld had. Er ging een week voorbij — en wat plezierig! — daar had je de sjees weer. Wij gezellig aan ’t redeneeren over politiek (liberale unie — Kieswet-Van Houten enz.), literatuur, gebeurtenissen, kunst (teekeningen van Braakensiek in De Groenê) en opnieuw kreeg mijn vrouw een fleschje staalpillen.
Charmante kerel! Over witte port, paté-de-foie-gras, sigaren, over alles en nog wat liep ’t gesprek. En dan zat je weer in je negerij, moederziel alleen, zonder politiek, zonder literatuur, zonder kunst....
Mijn vrouw geheel beter — met weer róód tand-vleesch en weer róóde oog-binnenranden slikte evenwel de pillen uit zuinigheid, ’t Is zonde ze weg te gooien niet waar? En na het derde bezoek hielden de geneesmiddelen en het verkeer met de stads-gezelligheid op.
Wij kniesden eenige weken tot er iets héél gelukkigs in de negerij voorviel. De dochter van den bakker werd vrij ernstig ziek. En meermalen zagen wij nu de sjees door ’t gehucht draven. Doch wat het heerlijkst was, bij tijden wipte de charmante bij ons aan: