CHARMANTE DOKTER.
Het gesprek had over koetjes en kalf j es geloopen, kwam eindlijk neer op dokters. De een vertelde dit, de ander dat. Onze vriend Pieter die een poos gezwegen had, scheen bijzonder in doktersaangelegenheden belang te stellen. Plots nam hij het woord en vertelde genoeglijk langs zijn neus weg....
t Is ruim drie jaar geleden. Mijn vrouw en ik woonden in een negerij. Wat zeg ik? ’t Was nóg geen negerij. Aan ’n negerij verbindt je allicht iets menschelijks, iets van een kwart of een tiende beschaving. Onze negerij, echter, was minder dan niets, ’s Zomers zag je er stadsmenschen, ’s winters moest je elk ons tabak, elk doosje lucifers door den vrachtrijder uit de „stad” doen medebrengen. Ik was daar voor zaken, hield het oog op een in aanbouw zijnde suikerfabriek, die mogelijk thans wat vertier in ’t gat brengt.
We woonden in een huis half keet, half boerenwoning. Als je een spijker in een balk sloeg, zag je de steenen bewegen; als ’t stormde — en dat deed het vrij dikwijls: de negerij stond in de hei — klapperde het behang, meende je in de kajuit van een zwabberende visscherspink te zijn.
IOI