94 WANHOOP.
Gelukkig schoof Frits de kamer in. Het werd stil in den winkel. De schaar bewoog driftig. Achter de tulen gordijnen klonk het geraas van vorken en lepels. Zij aten. Zij aten. Het was om ’r bij neer te vallen....
* *
*
Hij viel evenwel niet, knipte ijverig zooals het een zorgzaam barbier betaamt. Het liep druk. Het werd een gezegende dag. Wel twintigmaal scheren en vijfmaal knippen ...
Eerst tegen vijf uur zat Jonathan voor z’n warm-gehouden eten. De aardappels waren bruin-stijf — de visch bruintaai.
„ .. Bij tijjen krijg je lust om je mes in ’n keel te zetten,” zei hij dof; zenuwachtig begon hij te 'kauwen.