Iedere revolutie, elk schokkend tijdperk, is waardeloos als zij niet culmineert en gestalte aanneemt in iets dat waardevol en blijvend is.
Wat zal, als som uit deze diep smartelijke periode blijvend zijn? De matelooze haat of de ongebreidelde wraakneming? Het is niet te hopen!
Zeer zeker zal tegemoet gekomen moeten worden aan het rechtsgevoel der massa, maar deze massa zal nooit zelve het recht in handen mogen nemen, maar het moeten overlaten aan de competente instanties.
Anders moeten we verwachten, wanneer de weerwraak ongeremd zou kunnen losbarsten — want de haat zit zeer diep — dat we weer te land komen in de, altijd noodlottig gebleken, vicieusc cirkel van haat, die altijd meer haat kweekt. Waarom ook zouden we ons verlagen tot het peil van hen, die de afschuw en de verachting der mcnschheid verdienen?
Maar wat wij, Joden, wel zullen en moeten eischen, onverbiddelijk, grimmig en verbeten-fanatiek, dat is eerherstel.
Bevuild, getrapt, verguisd, uitgeplunderd en uitgemoord, eischen we en vragen niet, want wie vraagt riskeert een weigering. We moeten deze
95