nu de hoop koesteren, dat in breeden kring on-telbaren voelen wat het zeggen wil, vervolgd te worden.
Ik beweerde nimmer de pretentie te hebben een nieuw inzicht in de geestelijke of ethische waarheden te brengen. Wel trachtte ik te appelleeren aan de zedelijke noodzaak, welke dringend voorschrijft de zwakke, ook de in getal zwakke, te steunen.
Zoo dit pleidooi weerklank vindt in de nieuw op te richten samenleving, dan zal Nederland in zijn geheel daarbij baat vinden. Nederland is immers temidden van de wereldmachten, die zich door de ontwikkeling der zaken gevormd hebben, een numeriek zwakkere en alles wat het zwakke aanvalt, is en blijft de vijand van alles en allen die ethisch, humaan en positief denken en leven.
Haarlem, April 1945.
102