of ras, een binnenlandsche aangelegenheid is, die ongehinderd en naar believen geregeld kan worden, door de regeering van het volk, dat die vervolging begaat.
Laten zij, de geallieerden, als verantwoordelijk voor de rust en orde, een volk dat er niet in slaagt, deze minderhcidsvervolging te voorkomen het recht ontzeggen zich vredelievend te noemen, daardoor het machtsapparaat recht gevend in te grijpen.
Met betrekking tot het anti-Joodsche vraagstuk in het algemeen, doet het verwonderlijk aan, d.it men in het verleden, geleid door vrees of onverschilligheid, een ontstellend gebrek aan initiatief aan den dag legde, om deze materie eens grondig en in den ruimsten zin te bestudeeren, te ontleden, haar bestrijding ter hand te nemen en naar middelen te zoeken het uit te roeien. Zoolang de samenleving niet in staat blijkt een en ander afdoend te verrichten, zal ze de zoo hoog noodige rust niet vinden.
Men heeft er ook alle belang bij, niet-Joden en Joden, gezien de methoden die de anti-semieten toepasten. Zij immers schrokken er niet voor terug, voor hun afkeurenswaardig doel, systematisch en doelbewust de grondslagen der cultuur te vernietigen en openlijk de terugkeer naar het barbarisme te prediken.
Zij slaagden, jammer genoeg, bijna, degradeerden een geheele wereld en drukten daarmee hun stempel op de eerste helft der twintigste eeuw. Zij ontpopten zich als de vijanden der menschheid
99