me zelf, Noack en de drop, die naar jeugd smaakt, wacht ik thuisgekomen op de suiker en kijk intusschen naar de wolken, die boven Noacks huis mooi amberkleurig zijn. En beneden bij Noacks huis is iets gaande met een kind. Dat kind krijgt een aanwijzing met Noacks uitgestoken vinger naar den concurrent, die 3 huizen verder ook de grootste verwachtingen van het kruideniers-vak koestert; het huppelt al hoofdballende weg en komt met een grauwen gevulden zak terug — Noack verdwijnt met dezen zak een oogenblik in z'n winkel en stevent dan naar me toe. Ik krijg de suiker in een beeldig zakje dat aan griffelpapier herinnert en weer op jeugd lijkt. Maar de suiker moest Noack bij een ander laten halen.
Dan hebben we langen tijd blikken asperges en potten gember tegen verminderden prijs gekregen — ook drie flesschen Samoswijn, die hij zoo maar meebracht en bij ons achterliet. Toen we geen asperges en gember meer konden zien en de Samos in pudding gingen probeeren, werd Noack overreden — tijdens een spoedboodschap (gelukkig niet voor ons). Met witte gesteven jas, zandkleurigen Charlestonpantalon en boodschappenmand kwam hij onder een auto — na zich opge