aanwijzingen en raad bij het opmaken der etalage: Mickey Mouse uit krenten, rozijnen en gedroogde appelschijfjes gemaakt en vlinders uit sigarettendoosjes tegen het raam geplakt.
De kinderen waren ook in het komplot van de suiker betrokken. ‘Dag, mijnheer Noack, krijg ik een pond suiker?’ Een eenvoudige vraag tegenover een kruidenier, niet waar? Noack kijkt me trouwhartig met z’n hazeogen aan en lijkt meer dan ooit op de langste jongen uit de klas, die goeiig en verkeerd voorzei en veel straf kreeg. ‘Dan zal ik een kist moeten loshameren,’ zegt hij bedenkelijk, ‘net aangekomen, verse suiker. Ik reik ze wel even aan -houdt u van drop?’ Ik krijg een handjevol drop en onderga een ogenblik de prettige sensatie tien jaar oud te zijn en een boodschap voor moeder goed opgeknapt te hebben ... Tevreden over mezelf, Noack en de drop, die naar jeugd smaakt, wacht ik thuisgekomen op de suiker en kijk intussen naar de wolken die boven Noacks huis mooi amberkleurig zijn. En beneden bij Noacks huis is iets gaande met een kind. Dat kind krijgt een aanwijzing met Noacks uitgestoken vinger naar de concurrent, die drie huizen verder ook de grootste verwachtingen van het kruideniersvak koestert; het huppelt al hoofdballende weg en komt met een grauwe gevulde zak terug - Noack verdwijnt met deze zak een ogenblik in z’n winkel en stevent dan naar me toe. Ik krijg de suiker in een beeldig zakje dat aan griffelpapier herinnert en weer op jeugd lijkt. Maar de suiker moest Noack bij een ander laten halen.
133