woord op mijn vreemde vraag: Neen, tante en nicht houden niet van jasmijn en kamperfoelie, ze vinden het te sterk ruiken, ze krijgen er hoofdpijn van, en oom kan het niet schelen — het duurt trouwens maar kort, jasmijn en kamperfoelie, anders zouden ze er te veel last van hebben. Zolang ik leef en lopen kan, zal ik jasmijn en kamperfoelie bij Schoonzicht wegnemen in het korte stukje leven, dat er jasmijn en kamperfoelie bloeien zal. Er komt een grote sympathie en een oneindig medelijden bij me op: zo zijn hun arme levens trots schijfjes en papieren-met-getallen in safes en brandkasten. Eens in het jaar in een kloof met maagpijn zitten, wanneer de jasmijn bloeit; hoofdpijn, kille grote kamers en koekjes van 5 cent een ons. Ze gunnen zich zelf niets, ze mogen zich zelf niet lijden. Hoe kan ik dan verlangen, dat ze mij buiten die klok nog helpen zouden. Het enige pleizier dat ze hebben, zijn de opgeborgen dingen in de safe — als men dan nog van pleizier mag spreken. - Ik knik goedig van ’ja’ op alles, wat ze me nog zeggen: ik had buiten de lijfrente een half villaatje kunnen hebben en zekerheid voor de oude dag. Zekerheid voor de oude dag - die hebben zij, ze zitten er midden in, elke dag zekerheid tot de dood er op volgt. Het begrip half villaatje stel ik me altijd voor als een doorgesneden huisje met een doorgesneden tuintje ervoor — ja zelfs de enkele boom van het tuintje zie ik doorgezaagd tot op de helft. Doch ergens voel ik, dat ze gelijk hebben - altijd hebben mensen van Schoonzicht gelijk. Mensen van Schoonzicht - ik heb zulke koude voeten bij jullie uitgedoofde haard gekregen en zulk een medelijden met jullie fantasieloze levens. Bijna wil ik de klok zo maar weggeven; ze schijnen er echt pleizier in te hebben. Het is een klok, die bij lief en leed haar slagen deed horen; er worden van klokken altijd de onmogelijkste dingen verlangd. Met Oudejaar vooral moeten ze hun uiterste best doen, de familieklokken. Het is een familie-klok, niet lelijk doch tante-achtig [ik geloof, dat zij veel bij oud-tantes heeft gestaan]. Zij staat op hun