104
׳גדול יתומים het grootbrengen of verzorgen van hulpelooze weezen ;
׳הלבשת ערומים het kleeden van behoeftigen; en de vele andere vormen van algemeene en Joodsche liefdadigheid, wier aantal even groot is als dat der velerlei behoeften voor lichaam en geest, die het menscheiijk leven medebrengt.
De plicht van □שבוי jlHÖ is, als die van de onmiddellijk vereischte redding van menschenlevens of menschelijke vrijheid, van zóó overwegend gewicht, dat alle voor weldadige doeleinden bestemde gelden daarvoor in de eerste plaats mogen en moeten aangewend worden.
Onder □ד“!כנסת ארחי verstaan wij de zorg, dat de behoeftige vreemdeling, die bij ons doortrekt, eenige behoorlijke lafenis, zoo noodig, gelegenheid tot nachtverblijf en eenigen steun bij de voortzetting zijner reis vinde. Wie echter behoeftige vreemden aan zijne eigen tafel noodigt en hen met lietde in de genietingen van den huiselijken kring doet deelen, handelt in dien echt menschlievenden zin, die reeds het eerste Joodsche huis, dat van onzen aartsvader Abraham, kenmerkte. De aanwezigheid van gasten (׳(ארחים vooral van als gasten aanwezige Thorageleerden (□׳(תלמידי חכמי vormt een sieraad van de Joodsche tafel, voornamelijk op Sabbath• en Feestdagen.
Voor alle hier behandelde algemeene en bijzondere