97
Het is den כ1זן geoorloofd, ja, in het belang van de afgestorvenen zelfs voorgeschreven, te naderen tot het lijk van een der volgende verwanten: vader, moeder, vrouw, zoon, dochter, broeder en ong huwde zuster, die met hem van denzeltden vader zijn.
Als uitverkoren dienaren van Gods heiligdom moesten de priesters door geheel Israël geëerd en heilig gehouden worden. Van daar stamt het nog heden geldend gebruik, om bij vele godsdienstige plechtigheden en verrichtingen den כהנים een voorrang te geven, als: bij het ter Thora roepen, bij het nemen van verlof (ברשורת) of de inroeping
van dj aandacht (סבר“י) voor de voordracht van
▼ : ״
בינת המזון ׳המוציא ׳קדוש enz., en voorts bij de toekenning van liefdegaven, die tusschen hen en personen van gelijke aanspraken en waardigheid moeten verdeeld worden.
De eerstgeborenen van ■mensch en vee (בב1ר).
Sedert de wonderbare redding der Israëlietische eerstgeborenen (□בכור־י) in den verlossingsnacht, waarin die der Egyptenaren omkwamen, is al het eerstgeborene onder Israël den Eeuwige geheiligd. Daarom moet in de eerste plaats elk mannelijk kind, dat de eerstgeborene is van zijne moeder, omdat het oorspronkelijk den Eeuwige gewijd is en als zoodanig den כיהן toebehoort, van dezen door den vader gelost,
Wag. III, 7