95
Land konden in toepassing komen. Maar, wie kent niet het treffende woord van onzen beroemden leeraar R. Jochanan ben Zakkai, bij de puinhoopen van den tempel tot eenen even beroemden leerling gesproken ? ״Treur niet, mijn zoon ! omdat wij den ״offerdienst verloren hebben, die verzoening bracht ״voor onze zonden. Er is ons eene andere, niet ״minder rijke bron van goddelijk welgevallen en ״verzoening gebleven in het oefenen van weldaden »(׳גמילות חסרים• Bedenk slechts, dat er geschreven ״staat: ״Liefdedaden verlang ik en geene offers 1׳״' Hoe gelukkig, dat Israël ook in de treurigste tijden van nood en ballingschap althans dit heiligdom, het heiligdom van liefde en goede, weldadige werken, in zijn midden in eere gehouden heeft! Ja, zelfs daar, waar men vele van de gewichtigste voorschriften des Joodschen levens reeds lang niet meer opvolgt, worden nog gewoonlijk de harten door den gloed van dien erfelyken weldadigheidszin גמילות חסרים en
־ r • :
dat onvergankelijke gevoel van medelijden (רחמנות)
T ־ :־־
verwarmd. En — waar dit het geval is, daar leeft het Jodendom nog! Met den aard dier weldadig-heidsplichten willen wij thans kennis maken, maar vooraf nog een enkel woord wijden aan dat, wat ons nog uit de dagen van den vroegeren tempeldienst gebleven is.