SS
Ieder mensch is bestemd, om mede te arbeiden aan dezen grooten, heiligen arbeid, de bevordering van godsvrucht en zedelijkheid hier op aarde. Maar, reeds als er nauwelijks één mensch geschapen was, sprak de Eeuwige : ״Het is niet goed, dat de mensch ״alleen zij, ik wil hem eenen steun maken aan zijne ״zijde 1” Inderdaad, de mensch alleen en op zich zelf staande, is niet geschikt, om zijne heilige taak op de aarde te volbrengen, en wel:
a. omdat hij naar lichaam, geest en gemoed eerst dan voor die taak voldoende kan berekend zijn, wanneer naast hem een ander wezen leeft, waarmede hij door wederkeerige banden van liefde, trouw en vereering verbonden is;
b. omdat in huis en familie het Gode welgevallige zich moet ontwikkelen.
Zoo vormt dus het huwelijk, waartoe ieder Israëliet na den gewenschten leeftyd bereikt en een behoorlijk middel van bestaan verworven te hebben, verplicht is, een heilige instelling, en wordt dan ook קדושין genoemd. Alle wetten en voorschriften, die omtrent het sluiten van het huwelijk en het huwelijksleven gegeven zijn, berusten op deze waarheid.
Bij het aangaan van een huwelijk is het eerste waarnaar gevraagd moet worden: is deze verbintenis niet in strijd met de wetten, ons in de Thora voor־ geschreven, om ons te heiligen en voor de gruwelen van het zedelooze heidendom te behoeden ?