45
verwijderen van oneffenheden op den bodem — een kuil of opening in den bodem maken. d. Van plant■ en delfstoffen.
Het binden van korenschoven — het bijeenbrengen of verbinden van eenige plant, vrucht of delfstof op de plaats, waar deze uit den bodem voortkomt — het samenbinden van vruchten, planten of bloemen tot één geheel.
3. Het geheel nader vormen, o. Van den bodem.
Ploegen — omspitten — ingraven - ophoogen — effen maken. b. Van voorwerpen.
Glad maken - poetsen — schaven — strijken (behalve bij spijzen) — polijsten — snijden — zagen — vijlen - houwen — klieven enz. (Het snijden van spijzen als voedsel is geoorloofd.) ó. Van teekens en figuren.
Lijnen trekken, hetzjj met kleurende of met scherpe voorwerpen - schrijven, teekenen, schilderen of op welke andere wijze ook figuren vormen, zij ׳t van blijvenden of niet blijvenden aard, als in zand of op beslagen vensterruiten - verven — kleuren.
4. Zuiveren.
a. Van sptyzen en dranken.
Wannen — lezen - filtreeren — zeven — zuiveren. (Bij spijlen mag men alleen de bruikbare bestand• deelen tot onmiddeltyk gebruik met de hand uit de