TWEEDE BEDRIJF, TWAALFDE TOONEEL 85
maar je straatje om, trek je d'r maar weer niks van an. . . .
M a t h ij s (mat) :
Maak niet zoo'n misbaar, Anna. . . . Daarmee maak je dat ééne, enkel dat ééne, waarin jij gelijk heb, niet ongedaan. En sta jij ook niet als 'n scherprechter, Door. . . . Zij en ik hebben 't niet voor ons genoegen verzwegen.... 'n Beestje in den nood bijt — ik heb 'n slag willen slaan.... Als 'k 't niet gedaan had, waren we even ver. . . . Zoo — dat van Plas in de eene en 't exploot in de andere — dat spaart nieuwe zolen, hahaha!
Moeder:
. . . .Man, je ben niet toerekenbaar!
M a t h ij s:
. . . Dat lijkt zoo.
Moeder:
Je kans met Jensen heb je ook verspeeld....
M a t h ij s:
.... Dat was geen kans....
Moeder:
. . . .Hij dee je toch 'n voorstel!
M a t h ij s:
. . . .Goeien dag. Achter m'n rug heb je beter gelegenheid m'n karakter te ontleden (zich omkee-rend) Ik heb jou niet opgelicht, Door. Ik dacht 't nog zoo lang te kunnen rekken tot je ’t bedrag met de huur kon verrekenen. En dat hoop 'k nog. Goeien dag. Ik ga m'n man van 't accept opzoeken. Die zal nou wel uit de kerk thuis zijn. En allicht heeft-ie daar wat christelijken zin, wat christelijke menschelijkheid en wat christelijk ge