74 TWEEDE BEDRIJF, ACHTSTE TOONEEL
M a t h ij s:
Gaat ook zonder reisgeld! Klim Zondag op den Stadstoren — en kijk 'n half uur naar benejen. . . Dan kom je 'n portie opgeruimder op de keien terug, jongen! (gul oplachend) . . . Hahaha! . . Is 'r 'n dominee aan me verloren gegaan ? . . . . 'n Lachende dominee, hahaha?.... Is 't niet volslagen jammer dat de financieele buiteling van me ouwen heer, me belette synodes bij te wonen? ....
Naphtalie (opstaandt terwijl Grootva weer *n stuk gereedschap komt halen en Margo opnieuw in de deuropening wacht):
.... Ik zou graag, al was 't maar 'n klein deel, van zoo'n haast onbegrijpelijke opgeruimdheid willen overnemen.... Maar de dag van morgen en overmorgen.... Die geprotesteerde accepten. . .
M a t h ij s:
Eén — één — niet overdrijven. . . . En dat is nog 'n domheid van Sonja geweest — *n gebrek aan inzicht van m'n procuratiehoudster — 'n verstandig, met z'n tijd meelevend, modern winkelier accepteert niet .... Je hoort ten allen tijde 'n achterdeur open te laten, als de voordeur bezet is. .. .
Naphtalie:
. . . Speelt u nou geen komedie? (Grootva af). M a t h ij s:
.... Dat hèb 'k gedaan in „Shakespeare” voor jaren — vóór 'k als praeses m'n struikroovers-baard liet staan — nee, Naphtalicus — 'k heb je eerlijk gebiecht — ik heb me niets te verwijten, niets. M’n buurman heeft me langzaam aan geroosterd, geplukt, gekeeld.... De ,,Middenstand”