TWEEDE BEDRIJF, ACHTSTE TOONEEL 73
Naphtalie:
. . . .Blijf je hier, Go! (zij knikt) . . . Moet je niet bij moeder?
Margo:
. . . .Nee. Waar bemoe jij je mee! Laat me nou gaan!.... (smijt deur dicht).
M ath ij s:
Hahaha! Die amuseert zich best met den ouwen man.... Ja, ja — pech in zaken schijnt ook iets héréditairs! (Grootva af) .... Dat met hem, tóén, is 't laatste geweest dat m'n zieltje ondersteboven schopte — 'k kwam nog net bijtijds om 'm zoo'n gemeen-groot pistool uit z'n handen te trekken, toen ze voor 't huis meubeltje voor meubeltje gingen verkoopen. . . . Heeft 'm toch z'n nek gekost .... Drie jaar heb ik 't toen in de Oost geprobeerd — van de godgeleerdheid in de suiker — in me eentje op 'n plantage. Daar was je 's nachts ziek door de stilte — en overdag at je kip, kip zoo taai dat je om ze voor te snijden je hand en je voet tegelijk moest gebruiken (bootst trekkende beweging na) ... .En daar, bij whiskey en soda, heb 'k voor 't eerst gelachen, me pijn hier gelachen, om de herinneringen van thuis. Hoe verder von honk, hoe scherper je ziet. Jullie moesten allemaal, allemaal: jij en (omhoog wijzend) zij, en de halve stad 'n poos op vacantie in de binnenlanden lucht happen — dan zouen jullie de dingen, op *n afstand, eerst in ’r juiste proporties taxeeren. . . .
Naphtalie (lachend):
.... Leen u me *t reisgeld voor zoo'n zalig vacan-tietje!