TWEEDE BEDRIJF, ACHTSTE TOONEEL 71
of verdriet, zoeken 't in de remedies drinken, dood, klagen, huilen, bidden — torn niet aan mijn middel, mijn misschien buitenissig middel — om over alles weg te lachen — eenvoudig te lachen. . . Toen 'k, vóór 't faillissement van mijn ouwen heer, als student in de godgeleerdheid, ha!, in m'n vaart naar den kansel gestuit werd, geloofde 'k in 't. . . . ,,Leer te lijden zonder klagen” — Dat heb 'k voor m'n levensgemak omgedraaid in 't ,,Leer te klagen zonder — zonder lijden” .... Onverwoestbaar zijn, onverwoestbaar blijven, als 'n rijk man door 't leven gaan.... En dat heb 'k 'r bij Son, God zij geprezen, even onverwoestbaar in gekregen. . . . Hahaha, die eene manchet moet je nog verschoonen. . . . heb je in den rouw gelaten!
Naphtalie (aan tafel neer zittend) :
Dank u. Dank u voor uw uiteenzetting.
Maar — maar — als 't spaak loopt?
M a t h ij s:
Als? Als? 't Lóópt spaak en hóé spaak!.....
Hahaha, twijfel jij daar an?
Naphtalie:
Nee lach u daar niet bij — dat doet me waarachtig pijn----
M a t h ij s:
. . . Als de spaaklooperij voorbij is — daar sloo-pen ze al, jongen — binnen 'n paar weken zitten we 'r tusschen in — in 't Warenhuis met z’n kapitaal, z'n kapotmakende prijzen, z'n licht — binnen 'n paar weken — wéken — mogelijk dagen, hangt de strop om m'n nek, maar 'k zal 'n gehangene zijn met 'n lach, waarop niet éen Philister vat zal hebben — niet één! — als de executie