De opgaande zon

Titel
De opgaande zon

Jaar
1908

Druk
1932

Overig
4ed

Pagina's
176



144    VIERDE BEDRIJF, VIJFDE TOONEEL

onfatsoenlijk dat 't je bezocht zal worden. . . . Op staande voet laat 'k me niet midden in de winter. . . .

M a t h ij s:

. . . . 'k Heb je 't adres van den meneer opgegeven,, die je in mijn naam dat waar je récht op heb, uitbetalen zal — ik heb m’n betalingen gestaakt. Abraham. . . .

Abrah am:

. . . Goed, goed, jongeheer, ik zal na die meneer toe gaan, maar 'k zal 'n boekje van je open doen.... Da’s zóó gemeen, zóó min, zóó van-god-verla-ten. . . .

Grootva:

... Ja, waarom hij nou heen mot — waarom jij daar op staat....

M a t h ij s:

Toe, vader — maak jij *t niet nog moeilijker! Grootva:

. . . Jawel, jawel, maar. ...

Abraham:

... Ik heb met alles genoegen genomen — met alles.... en voor de toekomst as ze 't pand weer bijgebouwd hebben. .. ken je op me rekenen. .. Geef me afslag van loon, maar zet me niet op de keien — ik heb 'n vrouw — 'k heb 'n huis-houen....

M a t h ij s:

. . . Abraham, je schijnt 't niet willen begrijpen: de firma De Sterke is failliet....

Grootva:

. .Ja da's waar, maar da's al zoo lang gelejen. . *

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.