VIERDE BEDRIJF, TWEEDE TOONEEL 135
Substituut:
Wil 'k me nog even van overtuigen, (af met Mathijs ).
Stu if sand:
God-nog-toe wat 'n zijmelknooper!
S c h r ij v er:
Toontje lager, hè?
Stuifsand:
. . . .Had 'k 't over hem?.... Bewijs me wat! Vragen en nog is vragen, as ik d'r elke eed die 'k ziè over doen wil!.... Da's godbeter altijd met asserantie — premie willen ze graag, hoe meer hoe liever — maar as ze bij zoo'n ongeluk motten betalen, maken ze kapsies, mieren bergen papier vol.... Da's nou al twéé middagen da'k zónder getuigegeld uit me affaire wegmot....
Substituut (met Mathijs terug uit keuken) :
. . . Dank u wel. Nu is me de zaak volkomen duidelijk. Dan heeft u daar met z'n allen geen prettige uren doorgebracht. . . .(zit neer) . . . .Dus dat was negen uur. ?
Grootva (even oplevend) :
. . . Negen uur precies — de klokken sloegen — wel vier — wel vier....
Substituut:
. . . .Dank u. . . . (tot Sonja) Scheelt u iets?
S o n j a (met de omzwachtelde hand voor den mond):
... .Ik ben. ... Ik ben nog niet goed in orde, meneer. . . .