De opgaande zon

Titel
De opgaande zon

Jaar
1908

Druk
1932

Overig
4ed

Pagina's
176



DERDE BEDRIJF, NEGENDE TOONEEL    127

Moeder:

.... As ik me roer straks maar recht hou, hahaha!

M a t h ij s (haar glas tegen houdend) :

Langzaam Anna Maria! 't Is koppig en je kan ’t niet tegen! Nou motten jullie effen allemaal je mond houen — suscht! — allemaal — suscht.... (een stilte).

D o or t j e:

Je heb me waarachtig 'n hartklopping bezorgd —-wat is dat voor aardigheid, om ineens met z’n allen stil te zijn! .... Wat was 'r dan? Wat is 'r? Mathijs:

. . . Niemendal — 'k wou nog effen — één seconde de stilte hooren — de stilte om m'n eigen huis met z'n zilveren dak, zoolang 't van mij is — de stilte voor 't onweer, hahaha! .... Le dernier jour d'un condamné! .... Proost! .... Proost Door en Naphtalicus!

Doort je:

Dat wensch je me al tweemaal — as 'k ook maar wat krijg, hahaha! Of mot 'k met 'n sau-cijzebroodje klinken?

M a t h ij s:

Wel allemachtig! .... Jij geen glas en Nap nog niemendal — hoe zit dat, Son?

S o n j a (opschrikkend) :

'r Zijn nog enkel bierglazen, vadertje. . . . M a t h ij s:

’r Staan toch nog ponsglazen in 't magazijn ....

Moeder:

Op de bovenste plank bij de waterkannen, Son ... Je mot 't leertje nemen....

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.