124 DERDE BEDRIJF, NEGENDE TOONEEL
ken: da's je fijnste noordewind. . . . Zitten we hier uitgezocht bij mekaar, hahaha? .... Proost vader! (heft glas naat zij van erker, waar grootva juist z'n glas uit Sonja’s handen aangenomen heeft) .... En niet meer draaien als 'n poes die 'r jongen zoekt, Sonja, m'n kind.... Schuif den stoel van m'n bureau bij... . Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven — met z'n zevenen — was bang dat we met z'n dertienen waren! .... (tot Door-tje) ... Da's de wind, Dorothea — hoe har-der-ie blaast hoe veiliger we zitten!
D o o r t j e:
. . Als Gootje 'r maar niet wakker door wordt — die is 'r zoo angstig bij....
Moeder:
. . .Welnee, Door. . . Proost! .... Wat ge-noegelijk hè? . . . . Wat genoegelijk, hè? . . . Geen pijn in me maag — niks geen nagedachte. . . . Krijg ik nou 'n saucijzebroodje of tel ik niet
mee ?. . . .
S t uif s and:
. . . Vanavond tel je voor 'n dozijn, juffrouw, omdat je niet opgespeeld heb — in de piepzak as-ie zat voor je — z’n heele moed zat in de schoenen van m'n vrouw, zoo as-ie op hurrie rekende. . . .
D oortje:
.Ja. Da's waar ook. Waarom ben je niet thuis wezen eten... Je hebt 't aardig lang uitge-houen....
M a t h ij s:
. . En 'n wonder dat 'k werom ben gekomen, hahaha! ....