I IO DERDE BEDRIJF, VIERDE TOONEEL
Sonja:
. . . .Dat is onze zaak.....
Jensen:
.... Pardon — van uw zaak is niets meer uw zaak, en ’k zeg dat zonder misplaatste woordspeling. Als dat de schuld van 't Warenhuis is, en daar twijfel ik allerminst aan — dan hebben we nooit deloyaal geconcurreerd — 't groot-kapitaal heeft geen deloyale concurrentie noodig — kwestie van macht, enkel van macht.... Daar helpt geen onvoorzichtig speculatietje in Steels tegen, juffrouw!
Sonja:
Onze magazijnvoorraad is dubbel zoo groot als onze schulden....
Jensen:
• • - Op papier. . . .
Sonja:
.... Gelooft u me niet ?
Jensen:
Op papier herhaal ik — bij executie brengt de beste voorraad geen tiende van de inkoopswaarde op. Ik taxeer uw faillissement op 'n uitkeering van ’n paar procentjes, als de hypotheek af betaald is....
Sonja:
’t Hoeft toch geen faillissement te worden, als u zoo humaan is uitstel te geven....
Jensen:
. . . .Uitstel geeft niets. Morgen zal 'n ander uitstel weigeren.... Zelfs de belasting van tweehonderd gulden is niet betaald, juffrouw, en de deurwaarder van de belasting neemt met geen