102 DERDE BEDRIJF, TWEEDE TOONEEL
tje —(boven zet harmonium opnieuw in) . . - Ben jij 't — of praat ’n ander....
Grootva:
... Jij — jij weet niet waarom je daar met dien schoolmeester gelachen heb.... Ik heb eens — eens — met 'n — met 'n pistool — met 'n revolver in me handen gestaan, toen ze stuk voor stuk, waarvoor ik 'n mensche-leeftijd had gewerkt, onder de tent voor 't huis droegen, toen me statenbijbel geveild en gemijnd wier — en de bruilofts-cadeaux van mijn en me God zij geprezen gestorven vrouw Dat vergeet je nooit. . . .nooit. . .
Dat kan je niet vergeten, ook al ben je hier (wrijft over zn voorhoofd) soms is wat weg — wat weg.... Da's zoo’n gruwel as ze 't recht hebben je beste herinneringen, de dingen die je dagelijks in je handen had, aan vreemde menschen, die 'r mee sjaggeren, te verkoopen! (schorrig) . . . Ja, ja — nou kijk je na de tafel, die je vanaf je kinderjaren gekend heb en na de inktkoker die je je vader op z'n jaardag gegeven heb — blijft niks van — niemendal van — as ... as ze 't recht krijgen je uit je boeltje te zetten.... Dat heb ik ééns, ééns ondervonden.... Ga je failliet, dan ben je voorgoed opgeschreven, as je geen dief ben...
Son j a:
Nou — nou — zóó erg zal 't niet zijn — jij heb 't je misschien te hard angetrokken, grootvadertje!
Grootva:
. . . God in den hemel — de groote God, die an die dingen geen schuld heeft — mag jullie ’r voor behoeden.... Ja, ja — nou wou ’k nog wat vragen, nog wat vragen... (zwak lachend) ...Is me —