De minnaars

Titel
De minnaars

Jaar
1970

Pagina's
214



uiteraard ben ik thuis op mijn verjaardag. Aan Drim en Jippy heb ik niet eens verteld wanneer ik jarig ben, zij kunnen mij zoveel niet schelen. Maar Foei, Foei moet iets laten horen. Ik voel dat het tactiek van hem is, een vrouw moet verlangen, anders raak je haar kwijt. Hij heeft gelijk ook, maar ik kan er niet tegen, ik ga mij van hem wegtrainen. Dat heb ik levenslang gekund, als er te veel onlustgevoelens kwamen, als ik horig werd, als ik mijn persoonlijkheid begon te verliezen ging ik mezelf genezen. Zo ook met Foei. Ik denk, ik sta dag en nacht voor hem klaar, de beste franse parfums zijn niet goed genoeg, de mooiste sekslokkertjes zijn voor hem, ik vertroetel hem, masseer hem, baad hem, ben een soort geisha in mijn zorg om zijn overgrote overgevoeligheid, heb Jippy aan de kant gezet, omdat me dit contact na tien jaar begon te vervelen, (zelfs lachen wordt sleur) heb Drim aan de kant gezet vanwege zijn lustmoordfantasieën. Foei verdomt het, me te feliciteren op mijn verjaardag, terwijl hij weet, dat hij die verpest. Hij kan nu toch wel weten, dat hij de enige is. Ik maak het uit. Hij is te slap om te reageren, lijdt eronder, wordt broodmager. Ik zie hem door de stad lopen, met zijn vrouw, het lijkt of zij nu de grootste is, hij de kleinste, en dat zal dan ook wel zo zijn.

Toch, nadat onze verhouding verbroken is, verlang ik nog naar hem. Niet naar Jippy, niet naar Drim. Naar Foei. Maar ik zal hem wel nooit meer ontmoeten. Want hij is te trots. Of te laf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.