waar hij werkt geen toestanden met vrouwen hebben, dat drukt de pret ook. Hij merkt thuis, dat zijn zoon nummer één is voor de vrouw, hij dient de vrouw, hij dient de zoon...
Soms kom ik hen tegen in de stad, zij is een sterke, kleine, doelbewuste vrouw, ze heeft dezelfde blik in de ogen als Erics eerste vrouw, ik ken dat type nu wel. Ze is veerkrachtig, hij loopt naast haar als een hond, soms struikelend over de eigen lange benen, hij is horig door haar wilskracht. Misschien wil hij wel onder de knoet, vanwege zijn eigen lusten, want al die seks is toch maar waardeloos, je leest het in boeken, je leest het in de krant, hij heeft een zeer rechtse krant, die lost moeiteloos al zijn problemen op, je hoeft maar te leven als een nette burgerman, dan komt de rest vanzelf... Toch doet hij geen afstand van me, al heeft hij schuldgevoelens. Tenslotte raken wij uitelkaar door zijn tactiek. Hij verdomt het, mij op te bellen op mijn verjaardag. Acht verjaardagen verpest hij voor mij, omdat ik op zijn telefoontje wacht, het is maar een telefoontje maar ik krijg bij gemis ervan de zenuwen. Van mij is dat kinderachtig, ik weet het, toch heb ook ik talent voor horigheid, ondanks mijn kritisch denken. Ik ben een vrouw, eigenlijk alleen levend voor liefde. Wel komt hij een paar weken later met een cadeau, dat maakt wel wat goed, niet het cadeau, maar de daad, ik vertel hem, dat ik op zijn telefoontje heb gewacht, hij liegt, dat hij getelefoneerd heeft, maar dat ik niet thuis was. Dat is niet waar,