meer, ik kan slapen zolang ik wil, en ik wil lang, kan eten wat ik wil en waar ik wil, op elk uur van de dag.
Zalig suffen op terrasje. Levensdoel. Ik zit op het terrasje van het Noord-Hollands koffiehuis, tel mijn geld. Ik heb net nog geld voor wat goedkope vis, ik ga langs de Waag op weg naar huis, zal vis kopen. Ik koop makreel, een kwartje een pond, ik doe hier twee dagen mee, wat kan een mens als hij wil goedkoop leven. Ik heb mijn pakje in krantepa-pier in mijn hand, het stinkt naar vis, mijn handschoenen zullen straks naar vis stinken, in godsnaam, er zijn erger dingen. Ik ga door de Reguliers-breestraat, voor me loopt een man in uniform. Ik zie, dat het een uniform is van een internationaal bedrijf. Mannen in uniform vallen op. Ik ben niet ‘uniformziek’, (ook weer zo’n etiket) maar een man in uniform is meestal goed gesoigneerd, goed geschoren, hij voelt zich man en straalt dat uit. Daarbij komt, dat de meeste uniformdragenden onder controle staan, medische controle. Geslachtsziekte heeft me vaak bezig gehouden, eigenaardig, ik heb vele mannen gekend, ik heb het nooit ontmoet, heb me regelmatig laten controleren. Behoort de dreiging ermee ook tot het tandenknarsende verzet in onze samenleving? Waar word je al niet mee bedreigd, als je op seksueel gebied de vrijheid opeist? Abortus, dood, geslachtsziekte, het volksgericht van de buren, het indelen bij erotische ‘typen’. Het gevaar om geslachtsziekte te ontmoeten is even groot als het ontmoeten van een minnaar, die tuber