De minnaars

Titel
De minnaars

Jaar
1970

Pagina's
214



na hield als hofnar. Deze man zei eens tegen me: het hele leven van een homo is surrogaat. Je speelt altijd of je een vrouw bent, of dat je een man ontmoet, die dan eigenlijk een vrouw is. De zeer trieste opmerking van deze gehaaide kerel raakte me, ondanks het feit dat de hofnar wel af en toe op de vreemde toer ging met zijn bezoeken aan urinoirs. Het zinneleven is ondoorgrondelijk, vreemdsoortig, eigenzinnig. Het is van een griezelige veelzijdigheid, die nergens grenzen kent, ook niet te beteugelen is. Stel je de burger voor, die in een urinoir bevrediging vindt door een ontmoeting, die zich daar aan hem ‘opdringt’. Dan een uur later weer bij ‘moeders’ aan tafel zit, het eten wordt opgediend, vanavond klaverjassen we bij Piet. Bij het klaverjassen komt de herinnering terug, van vanmiddag in die ‘krul’. Of in bed, naast moeders. Dan denken, ben ik nou een flikker ? Zou ik dat wezen ? Is het daarom zo mis tussen moeders en mij in bed ? Het niemand durven vertellen, ermee rond blijven lopen, het niet tot klaarheid durven brengen. Je klein voelen, je slecht voelen. We zijn allemaal troep.

Daar homo’s, bij het ontdekken van hun andersgeaardheid, dikwijls als heel jonge jongens hevig geschokt worden, erkennen ze de dwaasheid van de conventie, die hun opgedrongen wordt. Daardoor komt het, dat ze heel dikwijls meer inzicht hebben in de menselijke onnatuur, dan de burger, die wetmatig probeert te leven. In hun midden vond ik de ruimheid van inzicht, die de mens behoeft, om te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.