De minnaars

Titel
De minnaars

Jaar
1970

Pagina's
214



L’homme n’est ni ange, ni bête, et le malheur veut que qui veut faire l’ange, fait la bête

(Pascal, Pensées, no. 358)

Door het rusteloze gedoe met Aart krijg ik meer contact met mijn homo-vriend Fred. Er is geen betere vriendin voor een vrouw dan een homo. Zij zijn man-vrouw of vrouw-man. Ze weten meestal wel wat in beide partijen omgaat, ze bekijken je met tweeslachtige ogen. Wel is er een kloof tussen Fred en mij, die hij zelf doet ontstaan. Hij is zijn homo-wereld trouw en ik val daar, hoe bevriend ook met hem, buiten. Homo’s noemen ons ‘normalen’, uilen. Ik heb eens een tekening gezien uit het homoblad, daar zaten allerlei ‘uilen’ op een terras, die waren dan ook getekend als uilen, en er zat maar een normaal mens, dat was dus de homo. Daar ik veel van hem hield, heb ik dit afwijzen van mijn seksrich-ting vaak hinderlijk gevonden. Het was te merken als hij met zijn vrienden samen was, ergens was er een grens, ergens was ik een ‘pottekijker’, ik kwam voor hen toch uit een ander land. Dat werd me vaak duidelijk uit een scherpe spot op mooie vrouwen, een propagandistische afkeer van vrouwelijke vormen. Daarbij moet ik toch zeggen, dat zij mij accepteerden dat ik daarbij zelfs het gevoel had, uitverkoren te zijn. Ik geloof zelfs, dat Fred mij achter mijn rug als ‘covergirl’ gebruikte tegenover bui

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.