Eric vertelt van Hans. Hans is tekenleraar aan een hogere burgerschool. Onze Pa had heel veel met hem op. Een nette, keurige jongen, zei Pa altijd, toen we nog jong waren. Pa vond mij altijd wat vreemd, omdat ik zo ‘artistiekerig’ deed. Hij was niet helemaal gerust, toen ik naar Duitsland vertrok, om bruggenbouwer te worden. Ik trouwens ook niet. Techniek was wel interessant. Maar dat eindeloos zitten aan de tekentafel, tussen de andere knapen, die lollig deden als schooljongens, vooral over vrouwen, hing me grandioos de keel uit. Nou ja, je weet, ik ging les nemen bij Luise Dumont. Toen had ik bij Pa zowat afgedaan. Hij ging toen nog meer in Hans zien. Hans deed examens, werd tekenleraar. Deed ook wel ‘artistiekerig’, want hij schilderde na schooltijd keurige landschappen, kwijnende zonsondergangen bij de vleet, het nooit zuiver weer te geven rumoer van de zee. Hans leerde een meisje kennen. Hij werd er hartstikke gek op, het was een malle zelfbewuste, onervaren spitsmuis-ja, ze zag eruit als een spitsmuis-met een gezicht: dat met die mannen, dat klaar ik wel even. Hans droomde over haar, als hij zijn lessen gaf, als hij schilderde. Ik geloof, dat hij nooit zoveel zonsopgangen heeft geschilderd als in die dagen. Matig werk. Wel kon je het kwijt aan de bur-