over. . . . Die verrekte lamp is uit gegaan. . . . Die stinkende olie. ...
jasper: Ja, ja die olie - honderd negentien - vijftig - drie en dertig - twee en half. . . . Als je over olie begint. . . . eef: (huilend) . . . .Jasper, Jasper, ik kan niet meer op de been kommen van de schrik. . . . Zit jij nou geen gijntjes te verkoopen. . . . Zoo’n reuze-sallemander van ’n rat liep daar tegen me lijf op!. . . .
jasper: Heb je z’n soort ook kunnen waarnemen? eef: Ach, goeie, beste, lieve Jasper. ... Je kan alles van me gedaan krijgen asje me uit de piepzak helpt!. . . . jasper: .... Ik vermoed dat ’t ’n Mus rattus en geen Mus decumanus is. . . . En je weet ook niet of ’t ’n mannetje of ’n wijfje was. . . .
eef: Jessis nog toe, wat ken mijn dat schelen! Toe nou Jasper. . . .
jasper: Nee, nee, nee, daar moetje niet over heen glijjen, krekel!. . . . Zoo’n wijfje, als ’t gezond van lijf en leden is, jongt twee en driemaal in ’t jaar zes tot twintig naakte jonge kleuters. . . . Dat kan goed bij je worden. eef: God zegen je pest me niet.
jasper: Eef, kind, spreek nooit van pesten, als je over ratten praat - al sinds eeuwen is ’t bekend, dat jouw kamer-genoot de pest-bacillen ä discrétion rondstrooit. ... Ze vreten van alles, krekel. . . . ’r Zijn voorbeelden, dat ze broedkippen zoo van d’r eieren wegsleepen. ... Ze bijten zelfs jonge kinderen als ze honger hebben en op slapende vrouwen in ’t gefährliche Alter zijn ze letterlijk dol. . . .
eef: . .. .Jasper, je mot ’t zelf weten, ik raak van mezelf - ’t kouwe zweet breekt me uit. . . . Jasper, daar is-ie weer! jasper: Ach kom! Denk jij dat dat onnoozele dier zoo verzot op je is?. ... En als je ’r dan zoo’n antipathie tegen heb dat
107