kom ik niet te boven! (zij snikt het uit met het hoofd op de werktafel)
jasper: (loopt even grommend heen en weer, dan achter haar stoel)
.. . .Ziellief, voor nog geen twintig jaar, voor ik met je naar ’t stadhuis reed - herinner je je dien morgen, hoe ik onzeker op m’n kunstbeen voor je stond en je zei: „je kan nog terug. . . .” - voor nog geen twintig jaar wasje ’t met me eens, dat ’n mensch alleen hier binnen mismaakt kan zijn. . . . Snik dan niet zoo, ziel, om ’n dochter, die gewond werd door dat twee-beenig individu!
mop: (zacht-klagend) ’n Kind, dat 5r reinheid verloren heeft. . *
jasper: . . .. ’n Kind, dat ’r reinheid verkreeg!
mop: ’n Kind dat onze trots was. . . .
jasper: ’n Kind, dat onze trots wordt. . . .
mop : Als ik ’r straks bij was geweest, zou ik ’m in z’n gezicht
geslagen hebben, zou ik ’m links en rechts om z’n ooren. . . .
’k Zou tot alles in staat geweest zijn. . . .
jasper: En dan?
mop: Wij drie, die zoo gelukkig waren. . . . jasper: .... En ’t nog meer worden. . . . mop : .... O, lieve God, is dat het einde! jasper: ’t Begin, vrouw, ’t begin! Twijfel niet. . . . (Een stilte. Miep komt binnen) Ziellief. . . . (Mop blijft onbewogen-verslagen zitten) . . . .Vrouw, Miep staat achter je. . . . (Mop beweegt niet) . . . .Ze heeft in lange dagen en nachten ’n besluit genomen, ’n net zoo groot besluit als wij voor twintig jaar. . .. Toen was ik de geblesseerde, nou is het je dochter. . .. Nee, hier blijven, m’n kind. . . . Je moeder heeft je heel veel lieve dingen te zeggen. . ..
mop: (staat met zelfoverwinning op, omhelst Miep) M’n schat, m’n lieveling!. . . . Wat moetje ’n verdriet gehad hebben!. .. En wat hebben we veel goed te maken!. .. .
105