Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



geheimzinnig. - ‘Ja, wie was die blonde vrouw, die gróte móóie vrouw, waarmee je een paar dagen geleden door de Kalverstraat heb gelopen ?’ drong Coba, spottend, aan, cwas dit geen galant avontuur?’ - ‘Je ben met haar binnengegaaan in een Bodega.5 - ‘En je liep zó druk met haar te prate, dat je geen bekenden wou groeten.5 -cïk?5 - ‘Ja-jij.5 -‘Wie zegt dat?5 - ‘Ja, dat zeggen we niet.5 - ‘Iémand heeft je gezien.5 - ‘Dan kletst die iemand,5 zei ik gepikeerd. - ‘Hoor je, meneer Busse?5 zei Gerda. - ‘O - is meneer Busse de zegsman ?5 zei ik kalm. - ‘Ik heb er niets kwaads mee bedoeld,5 verontschuldigde zich Busse, ‘het kwam er terloops uit... Ik had u zien lopen, toen ik in Amsterdam voor zaken was en dat zei ik zo tegen uw mama... en zonder er bij te denken, zei ik mét een dame... Da’s alles... En daar fantaseren uwzusters bij...5 ‘Ja, daar fantaseren wij net bij!... Ben je érreg verliefd ?5 plaagde Gerda. - ‘Als je maar geen dómheden doet,5 vermaande vader, ‘een hofmakerij voor een jonge man, da5s heel aardig - maar geen dómheden...5 - ‘Bijvoorbeeld door te trouwen,5 lachte Busse grof. - ‘Jan,5 zei zijn vrouw en het hondewit van zijn ogen kroop schuw tot in het grijs van de hare. - ‘Hóéveel liefdes heb jij al in Amsterdam versleten ?5 informeerde Coba, nestig. ‘Nou, nóu, nóu, dat zijn geen gesprekken voor meisjes,5 zei moeder, ‘bel Antje eens.5 - Antje ging met het kalfsvlees rond. Ma presenteerde fijn-gehakte sla. - ‘Maar hoe laat is het nou,5 vroeg Henriëtte, ‘wat jammer dat er hier geen klok is.5 - ‘Ik zal me horloge an de gaskroon hangen,5 zei Busse, ‘precies veertien minuten voor twaalf', op de seconde af. Bij fietswedstrijden neem ik er wel eens de tijd mee op.5 - ‘We kunnen de klok buiten horen slaan,5 zei vader. Wéér bij het klikken van borden en vorken matte een stilte. Maar de schijnvrolijkheid van Busse en Jeannette, de lieve belangstelling van Henriëtte in alles wat gesproken werd, het gewild vragen-en-antwoorden der anderen, doortetterde de rood-schemering der kamer, die in rustige afwachting der klokkeslagen stond. Ik zelf werd stiller nog, moe van het vele gepraat, van het óngewoon stemmengegons. Er waren momenten van doezelig, lichtschuw-doorleven der dingen - witte tafelmatheid, glansstriemen op borden, zilverraketsels, kristalsprankels. De loper van blauwig rulpapier frommelde de witte tafelvlakte over. Lichtgroene wijnglazen kelkten naast felrood van róde wijn... En wéér had ik de sensatie van het zó in dié rangschikking, in dfé verhouding tot de gebogen omringende hoofden méér gezien te hebben, als iets léégs, iets van verflauwende herinnering, iets, ongewild-opschemerend uit langgeleden dagen, iets dat zich opblaast tot léven, er kil-wijd van afstaat... Het kalfsvlees smaakte wel lékker - en er zei iemand: ‘wél zéker5. - Co zei het. - Co had ‘wél zeker5 gezegd - en nou deed ik een stukje dril op mijn vork en het

272

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.