‘Boe-oe! Boe-oe!5
Plots waren ze weer stil, tapte de barbier een mop.
‘Sienterklaas, Ka - die vroeg of ie je niet ies liet schere.5 ‘Héhé-hé-ééé!’ -‘Zinge jullie nou.’ - ‘Sinterkla-ad-aas goedheilig...5 Frits stommelde harder tegen de deur en ik, met een rauwe grafstem, de me kriebeling in de keel gaf, vroeg:
‘Woont hier Kaatje Casperr en is hier die Netje Doedelaarrr ?’
‘Kom u maar herein, mijneer Sientereklaas!’ - riep Doedelaar.
Statig stapte ik binnen in het laken met de steek en het brandende endje kaars. Georgine lachte schaterend. Netje vloog schuw naar haar moeder en Ka met bevende lipjes plonste ineens het roodbolle kopje in Georgines schoot.
‘Jullie motte niet bang zijn,5 bromde ik rauw, ‘ik zal jullie geen kwaad doen,5 even moest ik ophouden, heet-proestend achter het vurig mombakkes.
‘Kom maar Ka, Sinterklaas is een goeie man!5 ‘Sienterklaas ies geen boeman,5 zei de barbier.
Frits stond naast me, hield de pakjes vast. Doedelaar achter de tafel, nam Netje bij een hand.
‘Wié is hier Kaatje,5 bromde ik.
‘Ddt ies Kaatje, Sientereklaas.’
‘Ben jij altijd gehoorzaam Kaatje?’
‘Ja Sintereklaas.5
‘En pas je goed op op school ?5
‘Ja-a-a.’
De prachtige ogen, vol angst-opgewondenheid, keken naar de gaten van het mom. De lipjes beefden. Ze wiebelden zó van angst dat Sinterklaas in z5n beste Duits waarschuwde: ‘Gib acht Georgine dass sie nicht in ihre hosen piest.5
‘Das ist Deutsch von liek-mein-vestje!’ schaterde Georgine.
‘Mamma! Mamma! Lach u Sintereklaas nou niet uit,5 smeekte huilde Ka. ‘Tel eens van een tot tien, Ka,5 sprak Sinterklaas weer.
‘Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien,5 roffelde ze.
De blauwe ogen lichtten in de frisse roodheid van het snuitje.
‘Goed zo.’
‘Sienterklaas uw mag uw baard wel ies late poenten,5 lachte de barbier, mond met bruine stompjes wijdopen in lachlol.
‘Wat kost een abonnement ?’ bromde ik.
‘Een goelden.’
235