Kamertjeszonde

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1970

Pagina's
392



tegen mij knipogend, ‘dan wil ik wel es wete hoe het met me leve staat.’ cSie u,5 zegt juffrouw Stengevis, terwijl ze het rooie, vette handje in haar ene kalkhand houdt en met de wijsvinger van de andere de lijnen aanwijst. ‘Da’s de Venusberg... daarom heen loopt de lefenslijn... da’s de voornaamste lijn... da’s de lijn waaran je alles sien kan.’

‘Hé-héhé-ééé-ééé!’ - giechelt juffrouw Doedelaar achter de kiespijndoek, met een pogen om haar grote belangstelling achter drukte van praten te verbergen, ‘en wat lees u d’r voor wijs in, héhé-hé-hééé!’

‘Uw lefenslijn is lang en dun - da’s van een bedaard karakter en lang lefen...’ molligjes, viezerig, rimpelt het witte vel om de neus en de kalk handen betasten het rooie vleespootje... ‘da’s de natuurlijke lijn, die begint vlak onder de berg van Jupietér... sie u... die is kort bij u... da’s aanleg voor een beroerte... sie u... dat wil niet segge dat u een beroerte héppe sal, maar u het d’r aanleg voor...’

‘Nou je voorspelt me wat, hé-hé-hé!’

c...Uw lefenslijn wordt van een andere lijn doorsneje... da’s een toefallige siekte... sie u... da’s kiespijn... en da’s de lijn van Saturnus of de geluks-lijn... sie u... die kronkelt in de verdieping, da’s arremoe, siekte en hoofd-pijn.’

‘Nou da’s een heleboel voor me geld... Wie gelooft nou sülleke onsin!... Me man en ikke gelove an geen god en geen duvel... Dat is me so ies...! Anleg voor een beroerte, arremoe, siekte en hoofdpijn... Ik kom nog es terug, seg!... Wat seg u meneer!... Hé, wat ’n bijgelovigheid!’

Sipjes kijkt ze over de kiespijndoek, zuur lachend, druk in haar ongeloof. ‘En het kompt altijd uit, niewaar Sorsien ?... Ik heb es een kemiek gekend

- je weet wel wie, Sorsien - die had vereelte puiste insijn lefenslijn en die het later ook een moord begaan, niewaar Sorsien - die stak een vrouw waarmee die leefde met een mes in d’r sij dat d’r ingewande d’r uithinge

- en as d’r rooie lijne op de natuurlijke lijn sijn, dan heppie een moordenaar voor je!... Vraag es an Sorsien, die het een plotseling afgebroken lefenslijn... Vraag d’r es of ze niet gelooft dat ze plotseling an d’r end sal komme...’

‘Ik geloof d’r waarachtig in,’ zegt Georgine met grote overtuiging.

‘Nou maar juffrouw, daar mót u niet in gelofe... sulleke onsin... daar sou je siek van worre - as je d’r an geloofde...’ adviseert juffrouw Doedelaar. ‘Seg dat nou niet,’ vermaant juffrouw Stengevis, ‘d’r sijn meer bovennatuurlijke dingen... Bij een man die met sijn eigen dochter geleefd het - het is gebeurd, hoor! het meissie was swanger van hem! - vonde ze in de ge-lukslijn een witte snee...’

‘Nou maar ik vin het alle-jezis-larie... Je levenslijn afgebroke... Héhéhé-

230

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.