Herman Heijermans
mej. wed. M. Jansen tot zijn grote voldoening gedurende zes jaar huishoudster bij hem is geweest.” Voor ’n maand of drie getekend. Vindt u ’t goed dat ik dit papier naar Aalsmeer opstuur?
Marianne
(neerzittend, stamelend) Die dokter is dood...
Dirk
(nijdig) ...Jawel! Ligt op het kerkhof naast je man!
Marianne
(woest) Geef op dat papier! (tracht ’t uit Henk’s handen te scheuren) Geef op!
Henk
(snel ’t papier in zijn jaszak opbergend, kalm) ’t Doet me genoegen, dat u ’t begint te begrijpen. Wil u nu uw koffers pakken?
Dirk
En binnen ’t uur!
Marianne
(ingehouden) Uw vader weet alles, alles. Ik heb hem niets verzwegen. Wacht tot-ie hier is, en je kan horen, dat ik niet lieg.
DIRK
Aan vader hebben we lak! Een gek vindt alles goed!
Henk
Dat u papa ingepalmd heeft, hoeven we niet uit z’n eigen mond te horen! Er zijn geen woorden te vinden voor de manier, waarop u ’n ziek man ’t hoofd op hol heeft gebracht, geen woorden voor de schaamteloosheid, om ’n kind, dat wie weet welke vader heeft, ons op ’t dak te schuiven. Wilt u dadelijk uw koffers pakken en dit ding terug hebben? - Of?...
Marianne
Nee! Alleen als hij me de deur wijst!
Henk
(kalmer) Ik dacht dat u voorzichtiger was.
Marianne
(bevend, met stijgende hartstocht) Hij weet, dat ik hem neem voor m’n zoon, enkel voor m’n zoon. -Maar jullie -jullie zijn schoften. Ik heb dat ding alleen maar geschreven, om mijn kop boven water te houden! Ga naar de officier van justitie! Zeg ’m, dat ik me voor m’n kind rot gewerkt heb, dat ik tien jaar lang van deur naar deur ben
PP