Schakels
Pancras Menéér... Menéér?...
Marianne
Ik wou u even alleen spreken.
Hein
Begrepen. Goeiedag. Misschien kom ik vanavond nog even terug. Dag schoonzuster.
Marianne
(aarzelend) Ik wou u alleen spreken, meneer...
Pancras
Meneer! Je zou toch Pancras zeggen.
Marianne
Dat zal ik nooit meer zeggen, meneer. Ik heb m’n koffer gepakt.
Pancras
Je koffer gepakt? Wat bedoel je?
Marianne Ik bedoel, dat ik wegga.
Pancras
Weg?
Marianne
En ik wilde graag, dat u me een getuigschrift gaf, in plaats van het valse, dat uw zoon Henk heeft.
Pancras
(ingehouden) Wat is er verdomme gebeurd?
Marianne
Er is niks gebeurd.
Pancras
Er is wel wat gebeurd! Ji bent niet ineens uit jezelf omgeslagen. Je koffer gepakt, een getuigschrift... (driftig) wat is er gebeurd? Hebben ze jou...
Marianne Nee. Ik ga uit mezelf.
Pancras Dat lieg je!
1DQ