iog
Averino was thuis. Zijn lief vrouwtje maakte zelf open. Of ze even wilden wachten?
’t Vertrek was eenvoudig ingericht, "n tafel met stoelen. De wanden waren bezaaid met portretten van knappe vrouwen, lachende mannen, athleten, danseuses. Op de tafel lagen, slordig verspreid, verschillende kranten: „De Duitsche
Artisten-Revue.,, „de Eden-Milano” .... ’n Groote schaal met visite-kaartjes troonde midden op ’t tafellaken.
„Bonjour, mes enfants ....” Beide handen uitstrekkend trad de Italiaan binnen .... „Tiens.... de kleine meid van Greiner. ..Hij kneep haar vertrouwelijk in de wang.
Frans zette de kwestie uiteen, vroeg of ’t contract in z’n voordeel was. Averino glimlachte.
Hij was te veel diplomaat om zijn cliënt te bekennen dat Bonnat gelijk had.
.... „Malligheden allemaal malligheid,” zei hij sussend;
.... „Bonnat zal zich vergissen.... ’k zal morgen bij ’m
anloopen” .... Hij had zulke dingen meer meegemaakt____
presenteerde Frans ’n sigaar.
„Is dat je meisje?”
„M’n nicht.. . . ma petite femme, niet waar Trini?”
Ze kleurde hevig.
Averino lachte, men had zich voor hem niet te geneeren. Hij had al zóóveel meegemaakt.
„Ben je niet meer bij Greiner, Trinette?”
„Nee.”
Ze vertelde waarom ze weggezonden was. Averino lachte hartelijk. Dat was juist iets voor Thérèse.... Zoo ? Had Greiner haar onder de kin gestreken.... Die ouwe deugniet! Toen werd hij weer ernstig. De zakenman kwam in hem boven. Hij bekeek tersluiks ’t meisje, als ’n sjacheraar een mooi paard. Ze zag er heel knap uit.... ’n aardig stemmetje. Knap was de hoofdzaak. Sluw op zijn doel afgaand, nam hij haar onder den arm, voerde haar voor de portretten aan den muur. Dat was Hortense Belmont.... zoo wat van Trinette’s grootte .... ’n Lieve meid!.. . . Ze verdiende