„Ich bitte, meinem neuen Unternehmen Ihr geneigtes Wohl-„wollen zu schenken und empfehle mit grösster Hochachtung
Arthur Fritz Ginzel.
Daaronder had de barbier z’n „Preisverzeichnis” gereed gemaakt, alles ordelijk en systemathisch:
Shampoonieren, Nachwaschen mit Eau de Quinine, Ondulation und Moderne Frisur,
Im Abonnement: Mk. 1.—. Manicure: Mk. 0.75.
Pedicure: Mk. 0.75.
Moderne Haararbeite *.
Locken, Chignons von M. 2.— an.
Zöpfe .... von M. 3.— an.
Unterlagen . . . von M. 2.50 an.
Vorderfrisur . . von M. 6.— an.
„'t Is keurig, prachtig!”, prees Duczi, zich vaag verbeeldend, dat ze een dergelijk soort reclame pas in den korridor van de eigen woning gevonden had, dat 't voortreffelijk proza van den kleinen friseur niet heelemaal oorspronkelijk was — maar wat dee *t 'r toe! — was 't geen waarachtig plez ier, dat de oppassende menschen 't geluk hadden zich op te werken? —: „en al moet 'k 'r 'n halven dag langer voor werken: ik ben een van de eersten, om me door jou in je nieuwe Salon te laten kappen!...” „Dat wil ik je hier wel!”, lachte Grete Ginzel: „je hoeft maar te kikken!”
„Jij me kappen en je man m'n nagels behandelen”, zei Duczika vroolijk: ,,’k zal 't onthouden tegen den tijd dat 'k de bruid ben!” „Daar hoef jij zeker niet op te wachten”, ginnegapte de barbiersvrouw, 'r vingertoppen met ’r zakdoek opwrijvend, om ze nog evc;n in den voorbeeldigen staat, waarin ze door 'r mankunstenaar waren gebracht, te houden: „jij krijgt ’r an elke hand *n dozijn, as je maar wil...”
„Dat is niet meer noodig”, liet Duczi, met 'n korte opwelling van niet langer te kunnen zwijgen, los: „met een ben 'k best tevrejen — en die een...”
„Nou?... Verder?”, drong Grete Ginzel nieuwsgierig aan — ze
256