HEIJERMANS
Toen ik onschuldig was — ik zat er voor.
Dat is mijn trots, God heeft me weer gestraft, Terwijl ik enkel vroeg het daaglijksch brood Voor mijn gezin. Ik heb er voor gezwoegd.
Hij nam 't me af. In *t Spinhuis heb ik God Verwenscht, vervloekt, bij dag en nacht, elk uur!
Dat doe ik, Adam, neg, 'k Heb ft geleerd, KLOOSTERBROEDER Een man, die God vervloekt — die is gevloekt.... PIOEN
Dat *s mooi gezeid — heb 'k nog nooit gehoord!
Ik knoop het dubbel achter 't linkeroor----
Maar als jouw God, die wraak gepredikt heeft,
Niet uit den hemel naar benejen stapt —
En dezen eereburger, die nog lacht —
Lach niet, Lukas: 't bloed stijgt naar mijn kop! — Geen zaligmakend, reddend wonder schenkt,
Dan hangt hij — eer j’ een rozenkrans gedraaid,
Aan d’eersten ,sparretak op onzen weg!
Dat heb ’k gezworen — is 't niet, kameraads?
((gebrul van de menigte)
ADAM
Dat 's goed, maar ieder mensch heeft toch het recht Vóór hij gevonnisd wordt.... Laat spreken hem.... Wees rechter dan, maar wees geen beul, Pioen! PIOEN Ik ken zijn gladde- tong!
REUS
Heeft hij het rad Gebouwd — heeft hij het aan den vorst verkocht?
Is er geweld gebruikt door soldeniers —
Nog vóór de rooie haan stond op het dak? KLOOSTERBROEDER De werkplaats brandde al....
PIOEN
Gelogen, man!
Er werd geschoten 't eerst!
REUS
Mijn vrouw lei neer,
Toen hebben wij den boel, verbrand, verwoest!
(grijpt Lukas beet)
123